Vervolg
van wie zijn wij……

Mijn naam is dus Marina, en
ik ben getrouwd met Rob, maar dat had U al begrepen neem ik aan?
Ik ben geboren in Rotterdam
Zuid als jongste dochter uit een gezin van 5 kinderen , net als bij Rob, alleen
hadden mijn ouders vier meisjes en 1 zoon.
Aangezien ik net voor de
beruchtste oorlog ooit ben geboren heb ik geen enkele foto van mezelf.
Uit die tijd uiteraard.
Maar ik denk dat ik beter de
narigheid van de oorlog over kan slaan en gewoon beginnen, daar waar mijn leven
dus echt begon.
Dat was dus toen ik 13 jaar
was.
Mijn moeder met haar kroost
woonde inmiddels in Bussum.
En na een jaartje kwam ook
papa weer thuis.
Op mijn dertiende verjaardag
had ik als cadeautje gevraagd om schoenen, maar die kreeg ik uiteraard niet,
maar wel kwam mijn vader thuis ( uit een kamp).
Een groter cadeau had ik me
de dus niet kunnen wensen.
Papa werd Directeur van een
Technische school in Amsterdam, dus moest dagelijks heen en weer met de trein.
Maar ja in ieder geval had
hij werk en de wederopbouw van ons gezinnetje kon weer beginnen.
Alle kinderen waren vrij goede leerlingen, maar ze wilden eigenlijk allemaal
“geld”verdienen.
Mijn oudste zusjes wilde
graag verpleegster worden, maar dat mocht niet van papa.
Geheel tegen zijn zin in is
ze toen maar in een schoenenwinkel gaan werken als verkoopster.
Mijn broer die na haar kwam
was een hele erge goede leerling en behaalde met vlag en wimpel tot
grote trots van zijn vader de HBS.
Maar ook hij wilde geld
verdienen ware het niet dat er ook nog een dienstplicht was, dus die moest hij
eerst vervullen.
Iedere zondag stond ik zijn schonen te poetsen en alles wat er aan koper bij zijn
uniform hoorde ook en kreeg als beloning drie wybertjes.
En met die drie kleine
dropjes was ik nog blij ook.
Mijn zusje Bertha die
heeft er helemaal niets van gemaakt, want zij kreeg veel te jong een kind en
moest trouwen ( tegen de zin van mijn ouders) met de vader van het kind.
Maar dat huwelijk liep spaak
en toen is ook zij gaan werken.
Janneke, de beste van
allemaal, vond “leren” allemaal maar nonsens, die wilde alleen maar mooi
zijn.
En reken maar dat ze mooi
was.
Janneke is gaan werken op de
Amsterdamse Bank en heeft daar jaren gewerkt.
Vriendjes in overvloed, maar
trouwen was er niet bij.
Op haar 33ste
jaar is ze uiteindelijk wel getrouwd en was ook gelijk in verwachting.
Echter het noodlot sloeg
toe.
Op 22 september, de
verjaardag van haar man is ze doodgereden op de afrit van een benzine-station.
Ze waren nog even wezen
tanken want ja het was Zaterdagavond en zondags zou de visite voor de bewuste
verjaardag dus komen.
Maar helaas. Zij overleed
ter plekke , ze had haar nek gebroken en ook de baby is overleden
.
Op haar eigen verjaardag is
ze gecremeerd.
Ja en dan ben ik er dus nog.
Momenteel ben ik de enige
die nog leeft van allemaal en iedereen.
Maar ja ik ben tenslotte nu
71 jaar geworden afgelopen januari, dus zo vreemd is dat eigenlijk niet.
Soms heb ik verdriet dat er
niets meer is, soms ook heb ik het gevoel dat ze er allemaal toch weer eventjes
zijn.

Op 7 juli 1959 zijn we dus
getrouwd en we bleven bij mijn ouders inwonen, want ten eerste mocht ik anders
niet trouwen met een “zeeman”.
Wij hebben twee zonen
gekregen.
† Marinus R.J. Heezius,
geboren en overleden op 19 november 1960
Om vervolgens op 25 februari
1963 wederom een wolk van zoon en wel
Marcus:

Marcus
woog bijna 14 pond en was 62 cm. Lang.
Een
schat van een baby’tje, maar dat kun je wel zien aan dat lieve smoeltje vind
ik.

Deze
mooie foto van Marcus is alweer van ik denk twee jaar geleden???

En
dit is Marcus 2008
Ook in ons huwelijk ben ik
blijven werken
Ik ben begonnen als
telefoniste bij de Blue Funnel, een Engelse Rederij
met een kantoor in Amsterdam.
Dat waren gezellige jaren.
Alleen om er te komen dat
was een probleem.
Bij het Centraal Station in
Amsterdam lag een bootje van onze eigen Maatschappij om het personeel op te
halen en van daaruit naar kantoor te brengen.
Was je dus om welke reden
ook weleens te laat of moest je bijv. naar de dokter dan kon je die dag dus
gewoon niet naar je werk.
Na verloop van tijd ben ik
daar dus weggegaan.
Toen ben ik gaan werken bij
twee deurwaarders in Amsterdam.
Deurwaarders Douma en Kemper
en heb daar vele jaren met heel erg
veel plezier gewerkt.
Daar heb ik vreselijk goed
leren typen, want elk foutje in een exploit moest je boete voor betalen, de
deurwaarder dan, maar om het je af te leren, bracht hij de boete bij ons in
rekening.
Ik kon het wel
missen hoor en toch was het mijn eer te na om boete te moeten betalen,
dus heel erg veel boete heb ik niet
gehad gelukkig.
Dertien jaar heb ik daar
gewerkt.
Ook toen we, om uiteindelijk
toch een eigen stekkie te hebben, van Amsterdam naar Lisse zijn verhuisd nog
jaren thuis voor mijn deurwaarders gewerkt.
Lisse was een leuk klein
plaatsje, toen dus nog.
Ik ging dagelijks met mijn
toen nog kleine baby’tje naar de Keukenhof daar kon je als inwoner dus een
jaarkaart voor kopen, dus was de entree niet al te duur.
Van Lisse zijn we weer
verhuisd naar Woerden, dit mede op verzoek van mijn ouders, want die gingen daar
ook wonen.
Ik, ja echt waar hoor
ik….., heb daar toen een bespottelijk groot
gekocht, want Rob zat op zee.
En uiteraard had ik voor
alles een machtiging.
Een hoekhuis, dus een hele
grote tuin.
Maar buiten dat we in
Woerden een paar hele goede vrienden hadden, was het een dorp wat dichtgeplakt
zat en misschien nog wel zit met krantenpapier.
Onze zoon Marcus heeft daar
de eerste paar schooljaren doorgebracht totdat we van de ene op de andere dag
naar Vlissingen gingen verhuizen.
Rob vond Woerden maar niets
en Vlissingen, aan de Boulevard, ja dat trok wel.
Daar hebben we negen jaar
gewoond om daarna naar Schiedam te verhuizen want Marcus wilde binnenhuis
architect worden, dus moest in Amsterdam gaan wonen en daar wonen we nu dus iets
meer dan 30 jaar tot grote tevredenheid van ons allemaal.
Natuurlijk is onze Marcus uitgevlogen, eigenlijk al vrij kort nadat we in Schiedam
gingen wonen, want ja de “maatjes” van school gingen ook allemaal op kamers.
Dus hij wilde dat ook.
Over de hoeveelheid en
soorten van woonruimtes Marcus heeft gehad, kan ik het maar beter niet hebben.
Op een gegeven moment is er
een flatje gekocht voor hem en door hem, weliswaar met behulp van zijn vader,
maar hij heeft er geen dag gewoond.
Wel gewoond, maar dan alleen
in de verbouwing.
Toen dat bijna gereed was,
leerde hij dus zijn eerste en enige liefde kennen en dat is dus Marc.
En nu zijn ze
alweer ruim vier jaar samen.
Marc heeft de finishing
touch van de verbouwing van het vorige flatje voor zijn rekening genomen en toen
het dus helemaal klaar was, is het huisje, wat inmiddels een paleisje was ,
begin dit jaar verkocht en woont hij dus definitief in Maarssen.
Voorlopig tot zover ons leventje tot heden